FacebookTwitter
Mijn 4M menu

Log in

Oktober 2008

Vrijdagochtend rond een uur of negen sprak ik mijn vrouw. Zij zou die ochtend met 26 andere vrouwen samenkomen voor een bidstond, om biddend achter alle strijdende Musketiers te staan. Ik was erg enthousiast. Alles ging perfect! De mannen waren druk bezig vlotten te bouwen. Team Emmen/Veendam had het vlot het eerste klaar: ‘Wie komt voan ’t ploatteloand. Wie bouw’n wel vaker vlott’n.’ Was de logische verklaring. Zodra ze hun vlot echter te water lieten, liep het vast en kregen ze het slechts met de grootst mogelijke moeite weer vlot. Maar eigenlijk liep alles fantastisch. De mannen hadden twee-drie uur geslapen, hadden in alle vroegte een berg opgerend, opgedrukt, hun ontbijt dwars door de bossen heen opgezocht en nu waren ze klaar voor de grote competitie.

Elf teams. 84 mannen. Drie dagen Ardennen. Een fysieke strijd. Een geestelijke reis. Naar het hart van God. Naar het hart van onszelf.

Het eerste onderdeel van de competitie betrof het vlotten. Elk team kreeg vier tonnen van 200 liter. Dat bleek te weinig om acht mannen inclusief ‘berenlul’* te dragen. Vlot na vlot liep vast. Enkele vlotten sloegen uit elkaar. Mannen sloegen overboord en verdwenen ergens in de bossen. Berenlullen, met de droge slaapzak, slaapmat en droge kleren en schoenen er in, liepen vol met water. Wanneer het vlot voer zaten de mannen tot hun middel in het koude water en wanneer het vastliep stónden ze tot hun middel in het koude water.

Een half uur na mijn voor de biddende vrouwen geruststellende en opbouwende telefoongesprek was het weekend van de 4e Musketier veranderd in een slagveld. Vlot na vlot (of wat daarvan over was) kwam aan, teams kwamen aanstrompelen over de weg, rollend over de berg, ploeterend door het water… alles nat, niks meer droog. Dan weet je dat je nog een hele dag moet lopen en de komende nacht mag doorbrengen in een natte slaapzak, op een natte mat, in een nat bivak… Dat is geen prettig vooruitzicht.

Maar goed. De mannen togen zo goed en kwaad als het ging weer op weg. Het was immers een karakterweekend. De wandeltocht was lang. Met de berenlul om de nek, de balken van het bivak op de schouder, de vlag in stok, de enige jerrycan (van 25 liter) meezeulend aan een touw, lekker in de natte plunje, de paden op en de lanen in… Wat waren die paden alleen lang en wat kronkelden die lanen eindeloos door! Het hield maar niet op! Halverwege dachten een aantal teams dat ze er waren. Toen moesten ze zeker nog een keer zo ver lopen. Dat sloopt.

Het tweede bivak lag bij een grot. Hoe eerder je bij de grot kwam hoe meer en lekkerder eten je kreeg. Had je het zwaarder gehad, dan kreeg je minder eten. Ook dat is karakterontwikkeling. Team na team kwam aan. Topprestaties! Wat waren we trots op de mannen die met kapotte knieën, zere ruggen, blauwe schouders, beblaarde voeten en bloedende tenen aan kwamen marcheren! Wat een Musketiers! De groep die laatst was kreeg alleen water en brood. Wat waren ze dankbaar! Géén gemopper. Géén gezeur. Ze droegen het gróóts! Dat is karakter. Sommige mannen zaten er helemaal door heen. Dan slaat dat naar buiten, bij voorkeur naar de leiding. Of het slaat naar binnen. Op onze ronde langs de elf bivaks kwamen we heel wat ontbering tegen. In het donker. In de kou. In de regen. Onder een stukje zeil, met al je natte zooi… Zo goed en zo kwaad als het ging werd geprobeerd iedereen een beetje warmte te geven. Reddingsdekens werden omwikkeld. Deze nacht werd belééfd!

’s Ochtends vroeg. Een desolate aanblik bood het kamp. Mannen rillend tot op het bot, na een nacht van ellendige waterkou. Eén man die de nacht alleen in zijn reddingsdeken (een 1 mm dun folietje) had doorgebracht zei bibberend: ‘Zo, nu kan ik er weer een paar jaar tegenaan. Ik heb nu in ieder geval weer avonturen beleefd!’ Dat is karakter! Langzaam aan warmt iedereen zich weer een beetje aan het vuur. De ochtendstudie is raak. ‘Gisteren was zwaar, maar hoe jij daarop reageerde vertelt iets over hoe jij bent. Wanneer het echt zwaar wordt, dan laat iedereen zich echt kennen. Er zijn karaktereigenschappen van jou naar boven gekomen waar je misschien van baalt. Belijd één karaktereigenschap waar je mee geconfronteerd bent aan je teamgenoten en bid voor elkaar, dat God op dat gebied aan het werk gaat.’ De team vertellen. Huilen. Bidden.

Ondertussen gooien wij het programma om. Het plan was om weer terug te lopen, maar dat blijkt echt een brug te ver. We regelen een verrassingsbus, logistiek om de berenlullen, balken en andere bagage te vervoeren en verplaatsen de nodige opdrachten. We gaan ons richten op de climax van het weekend…

De climax… dat is de Jabbokworsteling, gevolgd door de Golgothaloop, gevolgd door het Kruispunt, gevolgd door het Heilig Avondmaal, gevolgd door het Heilig Feestmaal! De Jabbokworsteling… Jakob bracht zijn bezittingen en gezin veilig aan de overkant en bleef alleen achter. Dat is het verhaal van talloze mannen. Alles veilig stellen en jezelf verliezen. Hij mocht een nacht worstelen met God en ervaren dat zijn succes niet afhing van zijn worstelen, maar van de zegen van God. Dat willen we samen ervaren. We bidden voor elkaar en stappen de snelstromende rivier in voor onze worsteling met God. 500 meter. Stroomopwaarts. Worstelen. Struikelend. Vallend. Ploeterend. In de kou. Door de rivier. ‘Find me in the river. Find me on my knees.’ zingt Delirious?. .. De mannen komen aan bij de catcrawl. Twee touwen, gespannen over het water waar je overheen naar de overkant moet klauwen. Bastiaan van Dorsten speelt en zingt: ‘Mijn genade is u genoeg.’ Wat het worstelen je niet kan brengen heeft Jezus voor je gedaan…

Mannen strompelen door de rivier, heffen hun handen op, bidden, prevelen, zuchten, kreunen, zingen, roepen hun bijbelchant… Mannen met kapotte knieën worstelen zich, hun pijn verbijtend, door de rivier, teams helpen elkaar, eentje kiest de moeilijkste weg: dwars door het midden van de rivier. Ik zag hem in een bocht. Wel een kwartier was hij bezig om één meter vooruit te komen. Opstaan. Meteen weer tegen de grond gekwakt worden. Opstaan. Met de kapotte knie. Weer vallen. Opstaan. Hij had iets uit te vechten met God. Met zichzelf… Uit de rivier worden de mannen de catcrawl opgestuurd. Trek je naar de overkant. De meest mannen vallen halverwege in de rivier. Uitgeput. De koppen verwrongen. Ze gaan kopje onder. Worden door de stroming meegesleurd en eruit gevist door de leiding. Ze hebben verloren. Maar wat hebben ze veel gewonnen. Aan de kant staan de mannen. In dekens. In reddingsfolie. Ze zingen. Ze kijken. Ze juichen. Ze klappen. Het is Eén voor allen en allen voor één.

De Golgothaloop… elke stap is een gebed. Wat jij niet kon heeft Jezus voor jou gedaan. Pak de balk maar op je schouders. En die rivier maar weer door. Naar de overkant. Mannen worstelen. Gaan kopje onder. Hijsen zich omhoog aan de balk. Het is één groot, hartstochtelijk gevecht met God, met jezelf, om de genade te laten zinken in het hart… Met de balk strompelend over het bergpaadje. Kruisteksten worden geproclameerd door de leiding. De mannen, leeg. Maar Jezus was ook leeg. Bibberend van de kou. Maar ook Jezus bibberde van de wondkoorts. Met kloppende slapen en gekwetste spieren. Maar Jezus was nog veel kapotter dan wij…

Naar het Kruispunt. Even warme kleren aan, maar dan rondom het kruis. Het kruis was niet alleen vóór jou, maar ook dóór jou. In welke zin ben jij medeverantwoordelijk voor het kruis van Jezus?! Schrijf het maar op een briefje en nagel het maar aan het kruis. We zingen samen voor onze Koning en de mannen drommen samen om het kruis. De zonden worden opgeschreven en open en bloot aan het kruis genageld. ‘Elke keer als wij Jezus de rug toekeren kruisigen wij Hem opnieuw’, zegt de Hebreeën schrijver. De porno, de ambitie, de eerzucht, het falen thuis, de oneerlijkheid… het wordt daar open en bloot aan dat kruis gespijkerd. Zacht. Hard. Mannen breken. God werkt zijn werk. Het Heilig Avondmaal is heilig. Intens tot op het bot. Het was inderdaad speciaal voor mij en het kostte Jezus inderdaad helemaal alles!

Het Heilig Feestmaal is feestelijk! Iedereen één biertje. Een barbecue van vijf bij één. Tonnen vlees. Salade. Saus. We hebben het gehaald. We hebben gestreden en verloren, maar gewonnen. We zijn Musketiers van onze Koning!

Wat dat met mannen doet? Twee voorbeelden:

  1. Voor de laatste nacht hadden we een hooischuur geregeld, zodat alle mannen met natte slaapzakken droog en warm konden slapen. We boden die alle mannen met natte slaapzak aan. Niemand wilde er gebruik van maken. Iedereen wilde bij zijn team in de koude, vochtige bivak slapen. Eén voor allen, allen voor één.
  2. Een oudste uit onze gemeente was mee. Boven de vijftig was hij en het was heftig. Maar wat heeft hij zich kranig geweerd. Tot het gaatje is hij gegaan. Maar met het klimmen ook tot de top. En door de rivier. Hij hield vol. Veertig jaar of langer heeft hij een baard gedragen. Zijn kinderen, zijn vrouw, niemand heeft hem ooit zonder baard gekend. Maar de laatste dag ging de baard er af. De reden? ‘Ik ben van binnen vernieuwd en dat wil ik van buiten laten zien.’

* Een berenlul is de buitensportnaam voor een pakket waarin je bagage in een stuk landbouwplastic wordt gerold en met touw wordt dichtgebonden. De mannen hadden geen rugzak mee, maar moesten hun bagage in een zogenaamde berenlul vervoeren.

Stichting de 4e Musketier

Postbus 40062
7504 RB ENSCHEDE

CONTACT

KVK: 08177329
BTW: NL819575136B01