FacebookTwitter
Mijn 4M menu

Log in

Oktober 2012

Daar zaten ze dan. In het donker bij de rivier met enkele fakkels en een toverachtig maanlicht schijnend op het water, als enige verlichting. De mannen hurken bij elkaar aan de oever. Gelovig, twijfelend, zoekend, met in hun midden de vlag van het team waar ze deel van uitmaken. Van de buitenkant luisterend naar opbouwende woorden van de spreker, maar van binnen zichzelf voorbereidend op wat komen gaat. De kerels vragen zich af of ze wel klaar zijn voor de sprong in het diepe. Ze hebben zichzelf overgegeven aan een onbekend programma om te werken aan relaties, persoonlijkheid en herstel. Maar uiteindelijk gaat het om het krijgen van een antwoord op de grote vraag: How great is our God?

Om hier antwoord op te krijgen wordt er allereerst overgave gevraagd.

Even geen genotsmiddelen zoals sigaretten en cafeïne. Geen voetbal en facebook. Iedereen wordt gedwongen de eigen regie los te laten en dingen te doen die men eigenlijk niet wil. De mannen worden klein om grootheid te kunnen zien. De druk op de buitenkant wordt opgevoerd zodat de werkelijke binnenkant zichtbaar wordt. Die binnenkant, soms vol angst en twijfel, beschadiging en frustratie, zinloosheid en pijn. Volgens Jezus moet eerst de binnenkant gereinigd worden. De buitenkant zal dan als vanzelf volgen. Het veranderen van onze omgeving begint blijkbaar niet bij de ander, maar bij jezelf. 

De kleren worden uitgetrokken. De spreker geeft het voorbeeld door als eerste kopje onder te gaan. “Dit is sektarisch”, “Dit wordt de Nieuwjaarsduik” , “We wachten wel met uitkleden totdat we zover zijn als team”, zijn enkele kreten die boven het geroezemoes uitsteken. Toch gaat iedereen het water in. De eerste horde is genomen, de eerste ervaring gedeeld. ‘They’re just getting started’ zal later blijken…

Op hetzelfde ogenblik is er ergens anders een groep die onder een oude gerestaureerde romeinse boogbrug hun verlangen uitzingt met de woorden “Heer doe uw wil in mij”. Zij beelden de last van de zonde uit door een jutezak met zich mee te zeulen, gevuld met stenen, om deze vervolgens door een donker bos met zich mee te dragen tot aan het kruis. De last van de zonde wordt bij Hem neergelegd. De deelnemers erkennen dat er dingen zijn die ze met zich meedragen, waar ze (bijna) gewend aan zijn geraakt, maar die hen neerslachtig maken en hen uitputten. Want “zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik, de hele dag. Zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht, mijn kracht smolt weg...”

Kilometers vreten
Wat volgt is een korte nachtrust waarna er weer gelopen gaat worden. Over keien, door de modder, via bospaadjes en asfaltwegen. De richtingaanwijzer volgend van een geel apparaatje dat GPS heet. Kilometers vreten zonder te weten hoelang nog, maar met de wetenschap dat er een team van mannen bij is. Met bemoedigende en soms confronterende sprekers onderweg. Momenten waarop gesnakt wordt naar een warm bed, droge kleren en denkend aan een liedje waarbij de woorden ‘moeder’ en ‘thuisgebleven’ sowieso in voorkomen. Maar ook momenten waarop vreemden vrienden voor het leven worden.

Nachtelijke estafette
Dan, na een hele dag sjouwen met bepakking, blaren kwekend bij elke stap, bij elke ademhaling zichzelf afvragend of er niet beter mee kan worden gestopt, moet men naar een grote open plek op een heuvel. Men wil afhaken. Dit kán gewoon niet. De mannen denken, vaak hardop: ‘Hier ben ik niet voor gekomen en hier heb ik niet voor betaald. Ik heb zere overbelaste knieën, dikke enkels en pijnlijke voeten. Ik wil slapen. Ik ben moe.’ Maar dan is daar de tekst van Jezus: “Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.” Dan blijkt dat men de hele tijd alleen maar op zichzelf gefocust is geweest. Maar wat nu als de lijdensweg die ondergaan wordt, de relatie met God verbeterd en de waardering voor de familie hersteld? Wat nu wanneer zal blijken dat door deze ontberingen de plaats om te dienen in de gemeente wordt gevonden en het besef er komt dat er wel degelijk zoiets als ongerechtigheid bestaat?

De oproep wordt gedaan om iemand in gedachten te nemen voor wie men wil veranderen, voor wie men alles wil geven, voor wie men de longen uit het lijf wil rennen tijdens de naderende estafette en voor wie men voorop in de strijd wil gaan in een heuse veldslag van 350 tegen 350 man, allen bewapend met schild en bamboezwaard. De volgende dag herinnert alleen een grote modderige cirkel in het groene gras nog aan de geweldige strijd die enkele uren daarvoor heeft plaatsgevonden.

Is jouw geloof van jou?

En toch is er ook nog tijd om te zitten. Om even stilgezet te worden in een kapel waar de elektriciteit waarschijnlijk later is uitgevonden dan het kerkje gebouwd is. Trots op al de mannen die het tot zover nog allemaal verdragen hebben wordt hen in de schemering van het fakkelvuur de vraag voorgelegd of het geloof wel van henzelf persoonlijk is. Of men niet geloofd omdat de familie, cultuur of kerk dat opgelegd heeft. Een worsteling met God die later op de dag verder gaat als men de koude rivier in moet om bijna een kilometer over gladde keien tegen de stroom in te gaan. De mannen worden opgeroepen het van God te verwachten en vanuit het binnenste te roepen: “Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent!” Eenmaal uit het water strompelend wordt er gevraagd een houten balk op de nek te nemen en hiermee nog eenmaal tot het uiterste te gaan; de erg zware en confronterende realiteit hoe afgemat iemand kan worden. Iets wat nog in geen vergelijking staat van hoe diep Jezus moet hebben geleden. Lichamelijk zo kapot dat je geestelijk een breekpunt bereikt. De kerels moeten wel op de knieën gaan en zonden belijden, de toekomst in Gods hand leggen en Hem horen zeggen hoe Hij alles al volbracht heeft. De helende knuffel van vergeving wordt ontvangen, waar de ziel zo naar smacht, wetende dat het allemaal genade is wanneer we eenmaal bij het kruis neergeknield zijn.

Om dan geruïneerd en opgebouwd, na alle strijd, al het gezwoeg, alle gehuilde tranen en alle zweetdruppels verwelkomd te worden om deel te nemen aan een koninklijk maal van de Allerhoogste. In een sfeer van opstijgende dampen van grote stukken vlees en vers brood, onder schilderachtig licht van fakkels, vastgemaakt aan bomen die wel tot in de hemel lijken te komen. Een sprookjesachtige setting waar ‘the Chronicles of the 700 Musketeers’ geschreven blijken te zijn.

Stichting de 4e Musketier

Postbus 40062
7504 RB ENSCHEDE

CONTACT

KVK: 08177329
BTW: NL819575136B01

sbb beeldmerk