FacebookTwitter
Mijn 4M menu

Log in

  • banner blok2
  • banner blok
  • banner blok3
  • Het Musketier Event:

    Jaarlijks inspiratiepunt voor alle Musketiers en hun vrienden

  • één strijd, één avontuur,

    één jaar, één reis en uiteindelijk één dag…

    voor gerechtigheid. Ga jij mee?

  • Een reis van 72 uur waarbij 30 cm

    misschien wel de langste afstand is...

Uganda 2013: Bevrijd van de vloek: ‘Adwari, Adwari!’

Het is half zes ’s ochtends als de bussen Adwari eindelijk bereiken. Naarmate de reis vorderde waren de atleten steeds stiller geworden. Vandaag moest de bekroning worden van een jaar hard werken. Verreweg de meeste lopers zouden over dertig minuten beginnen met de eerste halve of hele marathon van hun leven. Zouden de benen sterk genoeg zijn? Hadden ze voldoende getraind? Zouden ze het thuisfront niet teleurstellen? De gedachten buitelden over elkaar heen. Vandaag, 30 mei 2013 is het moment van de waarheid.

Ik hijs me uit de bus enprobeer me in het donker te oriënteren. Ik ken Adwari nu inmiddels een klein beetje, ben er deze week twee keer eerder geweest. Maar de parkeerplaats van de bussen komt me onbekend voor. In de verte hoor ik een hoog klakkend gezang. ‘Dat zal vast voor ons zijn’, stel ik vast. Met mijn tas over mijn schouder loop ik richting het gezang. Ja hoor, in de verte zie ik het grote rode startdoek en de kerk van pastor Joseph. Ik zit goed.

Vliegen als een arend
De zingende vrouwen hebben een erehaag gevormd en wuiven enthousiast met bladertakken in de lucht terwijl ze uit volle borst zingen. Ik groet de dames en loop naar de start. Lopers na mij krijgen een bemoedigende tik met de boomtak op hun hoofd. Uit een box schalt muziek: ‘O happy day!’ Ik pak mijn Bijbel en test de stevigheid van de tafel die zo meteen dienst zal doen als kansel. Voor de start mag ik de ruim tweehonderd lopers bemoedigen met Jesaja 40:27-31: ‘Maar wie de Here verwachten putten nieuwe kracht. Zij varen op met arendsvleugels, zij lopen maar worden niet moe, zij wandelen, maar worden niet mat.’

Mannen van de hele weg
Ik klim op de tafel en kijk toe hoe 110 muzungu’s (blanken) zich opgewonden achter de startlijn opstellen. Tien wandelaars zijn vier uur geleden al gestart. Zij lopen nu ergens tussen Lira en Adwari, vergezeld door achttien agenten, een arts en begeleidend personeel in een truck en op twee motoren. Om kwart voor twee vannacht sprak ik de wandelaars toe en moedigde hen aan om hun ultieme uitdaging aan te grijpen om God tot hun hart te laten spreken. ‘Leef als deelnemer, niet als toeschouwer. Wees de strijder in de arena en niet de fan op de tribune. Ga niet voor de lange weg, maar voor de hele weg.’ Nadat de wandelaars in het duister waren verdwenen schreef ik een blog, nuttigde een ontbijt van rijst, bonen en brood, greep mijn spullen bij elkaar en sprong net op tijd in één van de gereed staande bussen. En nu sta ik hier, in Adwari, op een tafel, enkele minuten voor de start van de Musketiermarathon 2013.

100 trainingskilometers per dag
Naast de blanken nemen ook bijna 100 Oegandezen deel, waaronder een aantal lokale toppers. Waarschijnlijk is dit de eerste marathon die in noord-Oeganda georganiseerd wordt. Sommige Oegandese deelnemers hebben geen flauw idee wat zij zich bij een marathon voor moeten stellen. Ik vroeg een Oegandees of hij voor de marathon getraind had. Stralend keek hij me aan en antwoordde: ‘Jazeker! Elke ochtend liep ik vijfentwintig rondjes hard rondom onze Universiteit.’ Ik vroeg hem hoe lang de rondjes waren. ‘Twee kilometer’ antwoordde de loper. ‘Misschien vier.’ Juist. Vijftig trainingskilometers per dag. Of misschien waren het er wel honderd. Dat klinkt indrukwekkend. ‘Hoe lang kostte het je om die vijfentwintig rondjes af te leggen?’, vroeg ik. ‘Twee uurtjes’, klonk het. Natuurlijk.

Luipaarden
Nadat iedereen zich heeft gemeld spreek ik de lopers toe en bidden we samen het Onze Vader. Het is een indrukwekkend gezicht om blank en zwart hand in hand geknield te zien bidden, ieder in zijn eigen taal. Pastor Joseph, de voorganger van de kerk en het Compassionproject in Adwari, geeft het startsein, er klinkt gejuich en de loopkaravaan zet zich in beweging. De voorste atleten snellen weg, als luipaarden op jacht naar een prooi. De meeste lopers beginnen echter voorzichtig en begeven zich met een gangetje van tien kilometer op weg.

Wat is hier aan de hand?
Met mijn Bijbel in de hand kijk ik de lopers na. Dan realiseer ik me opeens dat ik zelf ook een marathon te lopen heb. Ik kijk om me heen en zie louter staf en organiserend personeel. Snel loop ik naar mijn tas om mijn Bijbel weg te brengen, ik strik mijn veters goed vast, bevestig mijn gelletjes in de band van mijn broekje, bedank een aantal mensen en ga van start. De achterste lopers zijn uit het zicht verdwenen. Waar moet ik heen? Ik sla een bocht om en zie in de verte nog net een paar rode shirts weglopen. Rustig probeer ik mijn ritme te vinden en merk tot mijn tevredenheid dat ik me fit voel. Daar loop ik dan, helemaal alleen in het overweldigende Afrikaans landschap dat langzaamaan wordt verlicht door een schitterend ochtendgloren. Ik ben ontroerd. Hoe bestaat het toch dat ik hier nu loop, met tweehonderd kerels voor me? Wat is hier aan de hand?

Pastor Joseph
Toen mijn vrouw, Ruth, Adwari twee jaar geleden samen met enkele dames uit onze gemeente, de Vrije Evangelisatie Zwolle, bezocht, maakte zij kennis met pastor Joseph. Eenmaal weer thuis vertelde ze over het lijden van noord-Oeganda, de visie en het geloof van pastor Joseph en de schoonheid van het land. Toen we in 2012 met de Musketiermarathon begonnen was het ons als leidersteam van de 4e Musketier al snel duidelijk dat we de tweede editie van dit evenement in Adwari wilden organiseren. Tijdens de Kony-terreur sloeg 100% van de inwoners op de vlucht, veel kinderen werden ontvoerd, vaak nadat ze eerst gedwongen waren om hun vader of moeder te vermoorden. In 2005 keerde de rust in Adwari weer. Pastor Joseph, zelf geboren in Adwari, stichtte een kerk en hielp zijn gemeenschap bij de wederopbouw van hun dorp. De gevolgen van de oorlog zijn echter voelbaar tot op de dag van vandaag. 60% van de inwoners van Adwari lijdt aan HIV/AIDS, regelmatig sterven er mensen van de honger en nachtmerries en trauma’s achtervolgen mensen nog altijd.

Mix van geven en ontvangen
Voor de 120 Nederlandse deelnemers aan de Musketiermarathon stonden de afgelopen negen maanden in het teken van training en fondsenwerving. Iedereen maakte zich sterk om 10.000 euro te werven en zich voor te bereiden op een geweldige fysieke inspanning, op een extreme locatie. De werkzaamheden kostten de mannen en hun gezinnen veel, maar leverden nog veel meer op. Kerels verloren overtollige kilo’s, werden fitter en groeiden in geloof. Ruim 1,2 miljoen euro zamelden we in voor de allerarmsten en vervolgde christenen. Vanaf het begin was de Musketiermarathon een wonderlijke mix van geven en ontvangen. En tijdens die eerste kilometers van de marathon voelde ik dat onze aanwezigheid door God georchestreerd was. Wij móesten hier zijn. Maar waarom?

Als Jezus
Ergens had onze aanwezigheid in Adwari alles te maken met de persoon van pastor Joseph. Ik ken niemand op planeet aarde die Jezus voller en intenser representeert dan hij. Zo op het eerste gezicht is pastor Joseph een verlegen en tengere man. Maar in zijn binnenste brandt een heilig vuur. Tijdens het Kony-regime preekte hij jarenlang het evangelie, behind enemy lines. Terwijl hij samen met zijn gezin gevlucht was en in een provisorisch onderkomen verbleef klopten 27 gezinnen bij hem aan. Hij stuurde niemand weg, al stond hij zelf ook met lege handen. Eenmaal per week kon pastor Joseph de vluchtelingen een maaltijd voorzetten. Elke dag vraagt hij God om één ziel. En elke dag leidt hij iemand tot Jezus.

Nadat Ruth hem had ontmoet heb ik twee jaar lang vrijwel dagelijks voor pastor Joseph gebeden. Af en toe schreven we elkaar een brief. Enkele dagen voor de marathon sprak ik hem voor het eerst. Hij vertelde me dat hij zijn gemeenschap voor zijn sterven nog één ding wilde geven: een tractor. ‘Wij hebben land, maar kunnen het nauwelijks bewerken. Er zijn vele wezen en weduwen. Een tractor zal ons helpen iedereen van eten te voorzien.’ Ruim een jaar al bad pastor Joseph voor een tractor. Een bizar gebed in een land waar je al rijk bent wanneer je beschikt over een os met een ploeg. De meesten moeten het stellen met een schoffel en een schep.

Vertrouwen
Wanneer pastor Joseph bidt, dan verwacht hij ook dat God zal geven. Tien maanden geleden nam hij dan ook met vier dorpsgenoten deel aan een training van John Deere, zodat zijn dorp vijf ervaren bestuurders zou hebben voor de tractor waarin God zou voorzien. ‘Ik weet dat God ons een tractor zal geven’, zei hij. ‘Ik weet alleen niet wanneer.’ Ik beloofde met hem mee te bidden en deelde het verhaal met ons leidersteam. We besloten de stoute schoenen aan te trekken en bovenop de 1,2 miljoen euro de handen ineen te slaan voor de visie van pastor ‘tractor’ Joseph. De lopers en de achterban in Nederland gaven gul en na de marathon mocht ik het dorp op de hoogte brengen van het cadeau dat ze zouden krijgen.

De vloek
De tractor is niet het enige visionaire wapenfeit van pastor Joseph. De marathon zelf was er ook één. Toen pastor Joseph zijn dorpsgenoten een jaar geleden vertelde dat een groep muzungu’s een marathon zou gaan lopen in Adwari lachten ze hem hartelijk uit. Muzungu’s in Adwari? Wie kwam er nu naar Adwari? Adwari, Adwari, sinds mensenheugenis speelbal van veedieven, rovers en rebellen. Golf na golf van geweld, vernieling en terreur daalde op het dorpje neer. Zozeer van bloed doordrenkt is het rode zand dat hun ellende spreekwoordelijk werd. Noord-Oeganda leerde Adwari kennen als het dorp van de dood, het ongeluk en de pijn. Brandde ergens een huis af, brak iemand een been, mislukte de zoveelste oogst, dan hieven de mensen hun handen ten hemel en riepen ‘Adwari, Adwari!’ Adwari, synoniem voor tragedie. Adwari, als vloek.

De inwoners van Adwari zelf gingen in de vloek geloven. ‘Wat stellen wij voor? Wie bekommert zich om ons? Natuurlijk zal er nooit een marathon in Adwari georganiseerd worden.’ Maar pastor Joseph wist wel beter. Hij diende een God die tractors kon geven en meer dan honderd muzungu’s kon bewegen naar zijn gebroken gemeenschap te komen. Zijn dorpsgenoten verklaarden hem echter voor gek.

Een leger van engelen
Drie dagen voor de marathon schrokken de inwoners van Adwari echter op uit hun middagslaap. Grote stofwolken verraadden de komst van onze stoet busjes. 120 lange blanke lijven wurmden zich wat strammig uit de gammele voertuigen en liepen naar het kerkje van pastor Joseph. Onder een tentdoek nam iedereen plaats. Groot was de ontsteltenis en opwinding in het dorp. Mensen fluisterden elkaar toe: ‘Een leger van engelen is in ons dorp neergedaald!’

Onze groep maakte kennis met pastor Joseph. De mannen hoorden zijn naam, zagen zijn ranke gestalte en begonnen te applaudisseren. Het geklap was hard, intens, vanuit het hart. Het duurde voort en zwol aan. Mannen gingen staan, de één na de ander, tot niemand meer zat. Minutenlang golfde het eerbetoon over pastor Joseph heen, 120 monden scandeerden zijn naam. Menigeen pinkte een traantje weg. Geroerd gingen we eindelijk zitten. Een mens wordt stil wanneer hij God ontmoet.

Pastor Joseph heette ons welkom. Drie voormalige kindsoldaten vertelden hun verhaal. Terwijl onze busjes een uur later weer wegreden was pastor Joseph met de drie in gesprek en leidde hen tot Jezus.

Helden
De gedachten buitelen over elkaar heen terwijl ik over de langzaam stijgende roodlemen weg loop. Het parcours bestaat uit twee rondes in de vorm van een acht. In het middelpunt staat de kerk van pastor Joseph. Daar zal het dorp zich zo meteen verzamelen en zich opmaken voor een groot feest. De dorpsoudsten kregen van ons carte blanche. Dit was de dag van Adwari. Iedereen mocht komen, gratis eten en vieren dat wonderen bestaan. Voor duizend man is eten ingekocht. Dat moet toch meer dan genoeg zijn?

Om de vijfhonderd meter staat een EHBO’er of medewerker van de marathon. Om de drie kilometer bevindt zich een waterpost, met ijskoude sponzen, water, sportdrank en bananen. Ik doe het rustig aan. ‘Drinken, veel drinken’, hou ik mezelf voor. ‘Vooral sportdrank en overal een banaantje.’ Ons marathonteam heeft alles tot in de puntjes geregeld. Kilometerbordjes, ambulances, camerateams, beveiliging; aan alles is gedacht. Terwijl ik de rondjes van mijn achtjes draai worden helden geboren. Mannen die tot voor een jaar nog geen 500 meter konden lopen volbrengen nu hun eerste halve marathon. De lokale loopkanonnen gaan er met de winst op de hele en de halve marathon vandoor. Vier mannen presteren het om de ultraloop te voltooien.

Verloren generatie
De laatste kilometers doen me pijn. Vooral de hitte speelt me parten. Maar vandaag mag niets de pret drukken. Samen met Matthijs van Berkel passer ik de finish. We spreiden onze armen, als teken dat we gevlogen hebben als arenden, gedragen op Gods wind. Vanuit de finish belanden we middenin het grootste dorpsfeest dat Adwari ooit gekend heeft. De marathon heeft jong en oud op de been gebracht. Kinderen hangen over een muurtje en bestuderen de uitgebluste lopers. Dorpsoudsten en voorname gasten zitten op plastic stoeltjes en kijken rustig toe. Niemand heeft haast, iedereen lijkt stilletjes te genieten. Er is één leeftijdscategorie die ik mis. Ik zie kinderen, tot een jaar of veertien, vijftien. Dan jong volwassenen en ouderen. Waar zijn de jongeren van 18, 19 jaar? Met een schok besef ik wat ik zie. Ik mis de verloren generatie, geroofd door het leger van Kony.

Vijf broden en twee vissen
Iemand van de organisatie loopt op me toe en zegt: ‘Henk, we hebben te weinig eten. Bid maar dat God een wonder doet, als met de broden en de vissen.’ Oei! Dat is me wat. Op een dag als deze kan het toch niet zo zijn dat we mensen met een lege maag naar huis moeten sturen? Ik bid en leg de situatie in Gods hand. Terwijl de laatste lopers binnen komen gaat het feest van start. Hoogwaardigheidsbekleders bedanken iedereen uitvoerig, kinderen zingen en dansen, een groep dansers op plastic laarzen voert een indrukwekkend schouwspel op. De meeste lopers krijgen weinig van de festiviteiten mee. De inspanning heeft zijn tol geëist. Nadat iedereen zijn bijdrage heeft geleverd vangt de maaltijd aan. Mensen staan in lange rijen en beginnen aan hun koningsmaal. Hoe krijgt nu iedereen genoeg?

Onze lopers eten niet. De gelletjes hebben ons misselijk gemaakt en de magen zitten op slot. Ook onze lunchpakketten raken we niet aan. Onze lunchpakketten! Een teamlid haalt de dozen met de verpakte broodjes, bananen en chips tevoorschijn en serveert ze uit. De ene na de andere wachtende ontvangt het voedsel en gaat blij naar zijn stoel. Iedereen eet tot verzadiging toe. Het wonder is op de een of andere wijze werkelijkheid geworden en de dorpsbewoners zijn geraakt. Ze zeggen: Dit hebben we nog nooit meegemaakt. Normaal gesproken eten de blanken ons beste voedsel op. Nu eten zij niets en krijgen wij een feestmaal!’ Het feest duurt ons te lang. Stijfjes lopen we naar onze bussen en hobbelen terug naar ons hotel. Tevreden kijken we terug op een dag waarop alles vlekkeloos verliep.

Maar wat was er nu eigenlijk gebeurd?

Bevrijd van de vloek

De dag na de marathon rij ik samen met pastor Joseph en zijn rechterhand naar Kampala, op zoek naar een John Deere. Tijdens de zes uur durende rit vertelt de pastor over de betekenis van het feest voor Adwari: ‘De mensen bleven tot ver na middernacht. Dit was de grootste dag van hun leven. Wanneer iemand de kinderen later vraagt hoe oud ze zijn, zullen ze zeggen: ‘Ik was jong toen de muzungu’s de marathon kwamen lopen.’ Zijn medepastor vult aan: ‘Wij konden niet geloven dat jullie echt zouden komen. ‘Adwari, Adwari’, wie denkt er aan ons? Maar jullie waren er en liepen in ons dorp de marathon. Wij geloven nu dat wij belangrijk zijn, omdat jullie bij ons kwamen. Heel noord Oeganda praat over ons. Niet langer zijn wij ‘Adwari, Adwari’, het dorp van de vloek. Wij zijn nu ‘Adwari, Adwari’, het dorp van de marathon. De bezitters van een tractor. Iedereen weet nu dat wonderen gebeuren. Bevrijd van de vloek trekken wij op naar een nieuwe toekomst, samen, onder leiding van pastor Joseph en onze God.’

Stichting de 4e Musketier

Postbus 40062
7504 RB ENSCHEDE

CONTACT

KVK: 08177329
BTW: NL819575136B01

sbb beeldmerk